Briljante medewerkers maken nog geen briljant team
·
Alwin Coolen
Ik kom ze met enige regelmaat tegen. Teams met capabele en gemotiveerde mensen en toch loopt de samenwerking op z’n zachtst gezegd stroef. De optelsom van talent levert geen sterk team op. Hoe kan dat?
Het antwoord is dat een team iets wezenlijk anders is dan een verzameling goede individuen. En dat verschil wordt structureel onderschat.
Van een groep naar een team
Een groep mensen wordt pas een team als er een paar dingen kloppen. Er is een gemeenschappelijk doel. De leden zijn van elkaar afhankelijk om dat doel te halen. Er ontstaat een gezamenlijke identiteit. En het team heeft een duidelijke functie binnen het grotere geheel.
Klinkt logisch. Maar in de praktijk is dit precies waar het misgaat, want samenwerken speelt zich op twee niveaus tegelijk af. Er is de bovenstroom: de doelen, de rollen, de afspraken, alles wat zichtbaar en bespreekbaar is. En er is de onderstroom: het vertrouwen, de gevoelens, de ongeschreven regels die niemand heeft opgeschreven maar die iedereen aanvoelt. De meeste teams sturen op de bovenstroom en laten de onderstroom aan het toeval over. Terwijl juist daar bepaald wordt of een team echt samenwerkt of alleen naast elkaar functioneert.
Waarom samenwerken zo ingewikkeld is
Onderschat de complexiteit niet. In een team van vier mensen kunnen al elf mogelijke subgroepjes ontstaan. Bij acht mensen zijn dat er meer dan tweehonderd. Elk teamlid brengt zijn eigen persoonlijkheid, belangen en voorkeuren mee. Daar bovenop draaien onbewuste patronen en ongeschreven regels mee die het gedrag sturen zonder dat iemand het benoemt.
En teams staan niet stil. Ze doorlopen fasen, van voorzichtig aftasten tot echt op elkaar ingespeeld raken, en soms weer terug bij verandering. Waar een team in die ontwikkeling staat, bepaalt wat het op dat moment nodig heeft.
Wat een team wel laat werken
Uit de praktijk komen steeds dezelfde vier voorwaarden terug.
Een heldere bovenstroom. Weten waar je samen naartoe werkt, wie wat doet, en welke afspraken gelden.
Een gezonde onderstroom. Genoeg vertrouwen om het oneens te zijn, elkaar aan te spreken en fouten te durven maken.
Verschil in het team. Niet iedereen dezelfde. Juist de mix van kwaliteiten en stijlen maakt een team compleet, mits die verschillen benut worden in plaats van weggepoetst.
En als verbindende factor: leiderschap. Een teamleider die schakelt tussen sturen en ruimte geven, die feedback op gang brengt en spanning bespreekbaar maakt in plaats van weg te managen.
De rol van de leidinggevende
Dat laatste punt is geen sluitstuk, het is de spil. Een team ontwikkelt zich zelden vanzelf de goede kant op. De leidinggevende zet de condities waaronder de rest kan groeien: veiligheid, richting, en het ongemakkelijke gesprek dat de meeste teams liever vermijden.
En dat is precies waar het vaak knelt. De leidinggevende staat te vaak buiten de teamontwikkeling, als iemand die het proces begeleidt maar er zelf geen onderdeel van is. Terwijl leiderschap en teamontwikkeling niet los van elkaar te zien zijn. Je ontwikkelt een team niet zonder de leidinggevende, en je ontwikkelt een leidinggevende niet los van het team waar hij of zij dagelijks in staat.
Instrumenten kunnen daarbij helpen. Een teamscan maakt de onderstroom bespreekbaar. Hulpmiddelen als DISC of MBTI geven taal aan onderlinge verschillen. Maar geen enkel instrument is de oplossing. Ze zijn een startpunt voor het gesprek, niet het eindpunt. Het echte werk zit in wat je er vervolgens mee doet, week na week, met het team en met de leidinggevende samen.
Daar begint een team pas echt te werken.